Hoeselt Vrugger   |     Contact   |     Zoeken
 
 

 

In 't landschap

de Twee Kruisen

Vr de steenweg in 1840 werd aangelegd kwam de oude middeleeuwse verbindingsweg Tongeren - Bilzen van Riksingen en Vrijhern naar Kruislinde en zo naar Hooilingen. Via het Kruis en de Heibrik werd de Groenstraat gedwarst en liep de weg door het Eikelenhofveld, langs Grote en Kleine Bivelen verder naar Bilzen.

Langs deze weg, op het Morlotveld, staan al eeuwenlang twee kruisen, versmolten met het landschap... Een klein kruis en een groot, tegenover elkaar aan weerszijden van de weg. Alsof ze er ooit tegelijk zijn neergeplant ter herdenking van een gelijktijdige dood. Zo zag Lambrecht Lambrechts het toch: twee herders die elkaar met een schop door het hoofd sloegen. Een schrijver mag al eens wat verzinnen...

De slachtoffers stierven inderdaad een gewelddadige dood. Maar ze waren geen herders en neen..., ze kenden elkaar niet. Ze stierven met een kleine dertig jaar tussentijd, merkwaardig genoeg ongeveer op dezelfde plaats.


het grootste kruis

Een jaartal en een naam:

1567
Ghyes
Ponwels

De steenkapper vergiste zich en schreef Ponwels in plaats van Pouwels of Pauwels, maar blijkbaar maakte zich daar niemand druk over.





doodslag
Hoe Ghijs Pauwels stierf staat nergens vermeld, wel dat zijn dood veroorzaakt werd door Gilis van Heeze. Het noodlottig gebeuren wordt de ene keer een ongeluk genoemd, de andere keer een manslag. Laten we het houden op onvrijwillige doodslag. Ghijs en Gilis woonden allebei in Althoeselt en waren misschien wel aangetrouwde familie.

het slachtoffer
Ghijs Pauwels, zoon van Ghijs Pauwels, was getrouwd met ene Eva van Heeze. Ze hadden twee minderjarige kinderen. Mogelijk behoorde Eva tot de familie van Gilis van Heeze.

de dader
Gilis van Heeze was getrouwd met Anna van Coerswerm, de dochter van Ardt van Coerswerm, zowat de meest notabele ingezetene van Hoeselt. De familie van Heeze was welstellend en het feit dat Gilis de hand van een van Coerswerm kon vragen n krijgen is daarvan een zeker bewijs. Gilis stierf voor maart 1572.

de zoen
Misschien is het dankzij de sociale positie en de goede relaties van Gilis van Heeze dat beide partijen tot een zoen of een peys kwamen. Een zoenoffer! Op 21 april 1567 sloten Gilis en de voogd van de kinderen Pauwels een overeenkomst. Gilis zou de weeskinderen jaarlijks en erfelijk een rente van 20 vat rogge betalen. In die tijd was 20 vat rogge de gebruikelijke rente voor een kapitaal van 500 600 gulden current - de toen in omloop zijnde lichte Luikse munt.

En Gilis heeft hoogstwaarschijnlijk ook het indrukwekkend grote kruis bekostigd dat nu, na meer dan vier eeuwen, nog altijd getuigt van zijn misstap.


het kleinste kruis
Het kruis dat er nu staat is een replica. Het origineel werd in de jaren 1970 gestolen.
Het drieregelig opschrift luidt:

Emundus Pakmarts
obiit anno 1592
Godt troyst die ziel

Alhoewel het woord obiit suggereert dat de dood plots en vreedzaam kwam, blijkt ook dit kruis een zoenkruis te zijn. En ook hier maakte de steenkapper een foutje: de overledene heette Emondt Palmarts.





het slachtoffer
Emondt Palmarts woonde in Hoeselt. Hij was de enige (in leven gebleven) zoon uit het eerste huwelijk van zijn vader Jacob Palmarts.

Jacob hertrouwde voor of rond 1570 met Menta, de dochter van Jan Scherpenberg die in het Dorp woonde, tegenover de kerk. Uit dit tweede huwelijk werden zeker twee kinderen geboren. Jacob stierf in 1580 en zoals gebruikelijk ging Emondt naar de schepenbank om de nalatenschap van zijn ouders in ontvangst te nemen, o.a. een huis in het Gansteren dat hij in datzelfde jaar nog als onderpand stelde voor een lening. Uit die nalatenschap wilde Emondt in 1584 een perceeltje land verkopen, maar de verkoop werd onmiddellijk betwist door Simon Utgens als nieuwe man van de weduwe van Jacob Palmarts (Menta Scherpenberg) en in den naeme der keynderen, en seet noch ongedeylt te sijn ontkennende Emont eghen gerechtichet daer aen noch tertijt. De deling was in elk geval rond in het voorjaar 1585, want ze wordt expliciet vermeld in een akte van erfmangeling of ruiling van goederen. Emondt ruilde een stuk Loons leen, gelegen in Berlingen, tegen een perceel land in het Netsendael (tussen het Hombroek en de Groenstraat).

Deze informatie maakt duidelijk dat Emondt zeker niet onvermogend was en dat zijn voorouders leenmannen waren van de prinsbisschop als graaf van Loon.

Emondt en zijn vrouw Maria, haar familienaam is nergens vernoemd, hadden vier kinderen: Jacob, Steven, Emondt en Marie. En vermoedelijk woonden ze in het Gansteren, in het huis dat Emondt gerfd had.

de dader
Jan Smeets van Riksingen.

de zoen
100 gulden Brabants met een tegenwaarde van 400 gulden current.

Op 3 mei 1593 belegden de achtergelaten kinderen van Emondt dit kapitaal, ze leenden het uit tegen een rente van 8 %. De akte preciseert de herkomst van het geld: dewellige coemen vanden manslacht hon waeders saliger gedaen bij Jan Smeets van Rixinghen... (de centen die voortkomen van de manslag op hun vader zaliger door Jan Smeets van Rixingen)

en verder...
In de voorgenoemde akte is geen momber of voogd vermeld: de vier kinderen, of althans tenminste n van hen was meerderjarig.

In datzelfde jaar 1593 deed Menta Scherpenberg ten gunste van Dionys Raemekers, de man van haar dochter Marie Palmarts, afstand van het recht van vruchtgebruik dat ze had aan het perceeltje waarover in 1584 zo'n misbaar was gemaakt.

In 1608 deed Maria, de weduwe van Emondt Palmarts, ten gunste van haar kinderen Emondt en Jacob afstand van vruchtgebruik van huis en hof en van 6 roeden land. Dat land verkochten de gebroeders onmiddellijk aan hun oom Dionys Raemekers.

Jacob droeg zijn recht op het huis en hof over aan zijn broer Emondt.

Steven en Marie, de twee andere kinderen Palmarts, zijn in de akte niet vernoemd. Vermoedelijk waren ze overleden.

de weduwen
De positie van een achtergelaten echtgenote was nooit rooskleurig. In beide bovenstaande gevallen van doodslag werd er een minnelijke schikking getroffen tussen de dader en de voogd van de kinderen, of er werd onderhandeld met de kinderen zelf. In elk geval met de erfgenamen. Maar niet met de vrouw. Ze kreeg geen toelage. Ze genoot enkel het vruchtgebruik van de onroerende goederen en vaak volstond dat niet om te voorzien in het levensonderhoud van haarzelf en de kinderen. Een weduwe erfde niet van haar man, tenzij die man zo attent geweest was een testament te maken waarin hij uitdrukkelijk bepaalde welke bezittingen in aanmerking kwamen om in geval van nood verkocht of gehypothekeerd te worden. Meestal met de beperking dat die toelating alleen gold zolang de weduwe niet hertrouwde. Dan moest de nieuwe man zowel de vrouw als de kinderen ten laste nemen.




Heeft u aanvullende informatie, vragen of opmerkingen?
Mail gerust naar reacties@hoeseltvrugger.be