Hoeselt Vrugger   |     Contact   |     Zoeken
 
 

 

In steen, hout en goud

Een scepter met inscriptie


Deze scepter, in gedreven zilver en 48 cm hoog, maakt deel uit van het roerend patrimonium van de kerk van Hoeselt. Dit werkstuk van de Tongerse edelsmid Jean Joseph Binon is gemerkt met de gekroonde letters I B.

De scepter draagt een intrigerende inscriptie:

anno 1755 terrae motus
vrij vertaald
1755, het jaar van de aardbeving


En f de aarde gebeefd heeft in 1755! En nog lang daarna ...




Een onbekende schrijver, hij gaf nergens zijn naam prijs, begon aan een cleijn croneijck na de uiterst ingrijpende gebeurtenis waarmee het jaar 1755 afsloot: de aardbeving in de nacht van 26 op 27 december, de eerste van een onafgebroken reeks ...

Zijn cleijn croneijck brengt een vier bladzijden lang relaas van de opeenvolgende aardschokken die Hoeselt en omgeving in de navolgende jaren teisterden.
Tot 1762 bleven deze aardbevingen de enige gebeurtenissen die de schrijver het registreren waard vond. Hij repte met geen woord over de Zevenjarige Oorlog (1756-1763) die nochtans heel wat ongemakken met zich meebracht. Blijkbaar was oorlog een gewoonte geworden.
Soms vermeldde hij de bron of de herkomst van zijn informatie en verwees hij naar kanunnik de Brouckmans of naar de jezueten van Luik; maar merendeels was de kroniek de neerslag van zijn eigen ervaring.
Uiteindelijk gunde de steller ons toch enig inzicht in zijn denkwereld: alle rampzalige verschijnselen zoals aardbevingen, onweer, blikseminslag en armoede, schreef hij toe aan eenzelfde noodlot. En tegelijk bood hij een oplossing aan, zij het in de meer onpersoonlijke en neutrale "men gelooft"-formulering:
... men gelooft elke dag meer dat de heiligen willen geerd worden, God geve dat de paus van Rome hen weer in ere herstelt ...
Na 31 juli 1762, toen de aarde tot rust was gekomen, versloeg hij het plaatselijk nieuws, zoals de huldiging van de nieuwe heer, de eerstesteenlegging van de nieuwe kerk en de inzegening ervan ...

Het is vooral in deze teksten dat hij een stukje van zijn identiteit prijsgaf: hij schreef over Hoeselt als een Hoeselaar ...


Een cleijn croneijck

Int jaer 1755 op St. Stevens dagh den 26 xbris s' morgens tussen drij en vier uren door heelt lant van Luyck een groote aertbeevinge geweest twelck eenen grooten schrick onder groet en cleijn veroorsaeckt heeft, op den selven dagh is het naer den middagh noch tweemael geweest maer niet soo seer.
In 1755 op 26 december, Sint-Stevensdag, 's morgens tussen drie en vier uur, is er in het hele land van Luik een grote aardbeving geweest die een grote schrik veroorzaakt heeft onder groot en klein. In de namiddag van dezelfde dag is er nog tweemaal een beving geweest, echter niet zo erg.
Van dien tijt af tot den 18 febrierari 1756 is smorgens ontrent ten 8 uren noch veel sterker geweest als St. Stevens dagh en de jesuwieten van Luyck seggen dat van St. Stevens dagh tot 18 febri. den aerdtsbodem noch noeijt stil geweest en is, nu hoort men alle daegen oft des snaghts noch al beroertens oft gedruys, men segt dat tot Luyck over de hondert schouwen sijn omgevelt.
Van dan af tot 18 februari 1756 [heeft de aarde voortdurend gebeefd, maar op 18 februari] 's morgens rond 8 uur was de beving nog veel erger dan op Sint-Stevensdag. De jezueten van Luik zeggen dat van Sint-Stevensdag tot 18 februari de aardbodem nooit rustig was. Nu hoort (of voelt) men elke dag of nacht nog kleine bewegingen of gedruis. Men zegt dat er in Luik meer dan honderd schouwen zijn gesneuveld.
Volgens relaes van den canonck Broekmans, canonck van Aacken, den 18 januwari tot Aacken soo groote aerbevinge is geweest dat daer eenige menschen van scrik sijn doodt gevallen, veel schouwen sijn omgevallen, veel muren sijn geschuert.
Volgens relaas van de kanunnik Broekmans, die kanunnik is in Aken, was er op 18 januari in Aken zo'n zware aardbeving dat enkele mensen van schrik doodvielen. Veel schouwen zijn omgevallen, veel muren zijn gescheurd.
Den 2 meert 1756 is smorgens tussen twee en drij uren soo een vervaerlijcke aertbeevinge geweest dat alle menschen uyt hun huysen sijn wegh geloopen, sommige hebbent tot achthien reijsen dien morgen gehoort.
Smorgens tussen vier en vijf uren heeft het soo vol van die perdtswormen en alderhande andere wormen gevloogen dat sij selfs in de huysen gevloogen sijn.
Soo heeft deese aertbevinge blijven continuweren tot St. Ioseph dagh alle daegen principael altijt savons tussen thien en elf ure.
Op 2 maart 1756, 's morgens tussen twee en drie uur, is er zulk een vervaarlijke aardbeving geweest dat alle mensen uit hun huizen wegliepen. Sommigen hebben het [gerommel van de aarde] die morgen tot achttien keer toe gehoord.
Die morgen, tussen vier en vijf uur, vloog het zo vol van paardswormen en andere wormen! Ze zijn zelfs de huizen in gevlogen.
Deze aardbeving bleef duren tot de feestdag van Sint-Jozef (19 maart), alle dagen en in 't bijzonder 's avonds tussen tien en elf.
Tot een memorie teecken ich hier aen dat alle apostel daegen, St. Ioseph, St. Anna, heijligh cruys dagh sijn afgestelt om vrij te meugen wercken, maer men moest misse hooren, is gestelt door den paus van Roomen.
Ter memorie noteer ik hier dat alle aposteldagen [of feestdagen], namelijk Sint-Jozef, Sint-Anna, Heilig-Kruisdag zijn opgeheven (afgesteld) en dat men dan vrij mag werken, maar men moet dan wel mis horen. Dit is beslist door de paus van Rome.
Den 31 meij 1756 savons ontrent om elf uren is het twee achtereen volgende aertbeevinge geweest.
31 mei 1756 rond elf uur 's avonds zijn er twee achtereenvolgde aardbevingen geweest.
Den 4 juny smorgens tusschen een en twee uren is wederom een groote ende swaer aertbeevinge geweest.
Op 4 juni [1756] tussen n en twee uur 's morgens is er wr een grote en zware aardbeving geweest.
Den 19 meert 1759 noch dageleijcx aerbevinge.
19 maart 1759: nog dagelijks aardbevingen
Den 12 augusti noch al aerbevinge.
12 augustus: nog een aardbeving.
Den 17 anni 1760 heeft men de aertbevinge wederom beginnen. Den 19 dito heeft seer sterck begost maer den 20 soo sterck savonts tussen thien en elf uren ick noeijt meer gehoort en hebbe en soo voorts de geheele nacht noeijt stil geweest, welck ons een groote benautheijt veroorsaeckt heeft.
17 [januari] 1760 is de aarde weer beginnen beven. 19 dito (januari 1760) begon een erg sterke beving, maar op de 20ste was de aardbeving 's avonds tussen tien en elf uur erger dan ik ooit gehoord heb. De hele verdere nacht is het nooit stil of rustig geweest. Dat heeft ons zeer benauwd.
Den 20 junij voor middagh om elf uren is een swaer aerdbevinge geweest.
20 juni [1760], voormiddag om elf uur, is er een zware aardbeving geweest.
Den 15 julij smorgen ontrent om twee uren seer swaer aerbevinge geweest.
Den selven dito is smiddags om 12 uren noch een aertbevinge geweest.
15 juli [1760], 's morgens rond twee uur is er een zeer zware aardbeving geweest.
Dezelfde dag volgde er 's middags om 12 uur nog een aardbeving.
Iae, daer en comp nauwelijcks een onweder oft daer geschiet een ongeluck, huysen en schueren branden af door het hemels vuer en is soo eenen armen tijt dat daer 30, iae vertigh arme menschen aen de deur koomen om almoessen, men gelooft alle dagen meer en meer dat die heijligen willen geert sijn, godt geeve dat den paus van Roomen wederom op den auden voet stelle.
Ja, er hoeft maar een onweer op te komen of er gebeurt een ongeluk: huizen en schuren branden af door het hemels vuur ... De tijd is zo armoedig dat er dertig, ja veertig mensen aan de deur komen bedelen en aalmoezen vragen. Men is van dag tot dag meer overtuigd dat de heiligen willen geerd worden. God geve dat de paus van Rome hen weer in ere herstelt.
[de schrijver zou willen dat de oude heiligenverering hersteld werd]
Den 31 julij 1762 naermiddag om een ure een groote aertbevinge geweest en savons om elf uren noch van gelijcken.
Op 31 juli 1762 is er om n uur 's namiddags een grote aardbeving geweest en om elf uur 's avond opnieuw.



Heeft u aanvullende informatie, vragen of opmerkingen?
Mail gerust naar reacties@hoeseltvrugger.be