Hoeselt Vrugger   |     Contact   |     Zoeken
 
 

 

Ach zo zat dat

De Goden die uit de hemel vielen

Piet Snellings

Het Provinciaal Centrum voor Cultureel Erfgoed van de provincie Limburg zette eind 2020 een on-lineplatform op voor het verzamelen van wetenswaardigheden en lokale gebeurtenissen tijdens WO II.

Het platform kraag de naam "Onder de radar. Zoek mee naar sporen uit WO II".

Je kan er inderdaad 'onder de radar' duiken en meespeuren naar bunkers, loopgraven, bominslagen, kortom alle soorten relicten uit WO II. Voor dat speurwerk zijn er luchtfoto's van de ganse provincie online gezet en kan je op elk hoekje van je dorp of stad inzoomen naar verborgen relicten.
Deze foto’s geven een uniek beeld van het Limburg van toen, tijdens en vlak na WO II. Ze tonen duidelijk de grote veranderingen die het historisch landschap op veel plaatsen heeft meegemaakt, tot de dag van vandaag.

Iedereen krijgt uiteindelijk de kans om die resultaten toe te voegen en ze zo op de kaart te zetten.

Voor elk van de 42 Limburgse gemeenten selecteerde het PCCE een bijzonder verhaal en maakte van deze getuigenis een kort filmpje.
Voor Hoeselt leverde Piet Snellings de bijdrage met het verhaal van de piloten in het bos van Hardelingen.

Kijk en luister zelf :
.

Wat is er op die bewuste 17 augustus 1943 gebeurd en welke zijn achteraf de lotgevallen van de hoofdrolspelers geweest ?

Piet tekende aan de hand van getuigenissen uit eerste hand het verhaal van de neergehaalde Amerikaanse bommenwerper en zijn bemanning, die zich met de parachute konden redden en ergens tussen de bossen en velden van Hardelingen neerkwamen.

Na een grondige studie met bezoeken van en aan de hoofdrolspelers geeft hij een grondige en gedetaillerde reconstructie.

______________


Nadat the Battle of Britain in hun voordeel was uitgedraaid begonnen de Britten met het bombarderen van belangrijke strategische doelen in Duitsland.

Aan het einde van de oorlog raakte Nazi-Duitsland steeds meer in de problemen.
De geallieerden bombardeerden niet alleen militaire en industriële doelwitten maar ook de grote Duitse steden.

Eén van die eerste bombardementen werd uitgevoerd in mei 1942. Het doelwit: Keulen. De aanval leidde tot relatief weinig doden (minder dan 500).
Daarom werden ingenieurs ingezet om brandbommen te ontwikkelen die zoveel mogelijk slachtoffers zouden maken.

Dit had als gevolg dat er in juli 1943, bij het bombardement op Hamburg, door een grote vuurstorm circa 40.000 mensen om het leven kwamen.

Ondertussen waren in de zomer van 1942 de Amerikanen neergestreken op basissen in Engeland, om van daaruit deel te nemen aan de campagne van strategische bombardementen.
Ze specialiseerden zich op ‘precisie’-bombardementen. Deze bombardementen werden overdag uitgevoerd, terwijl de RAF alleen maar nachtvluchten uitvoerde. Dit gebeurde aanvankelijk afzonderlijk van elkaar.

In januari 1943 kwamen de Amerikanen en de Britten overeen dat Bomber Command gezamenlijke operaties tegen Duitsland zou gaan coördineren, met als doel: “ het ontwrichten en vernietigen van het Duitse militaire, industriële en economische systeem en het moreel van het Duitse volk zodanig verzwakken dat ze het gewapend verzet opgeven.”

Bij de start van dit gezamenlijke bombardementsoffensief in maart 1943 bestond de totale luchtvloot uit 669 zware RAF-bommenwerpers en 303 Amerikaanse toestellen.

Vijf maanden lang - van maart tot juli 1943 - vielen ze het Ruhrgebied aan.

______________

OPERATIE SCHWEINFURT


Op dinsdag, 17 augustus 1943, voerden de Amerikanen één van de grootste aanvallen tot dan toe, uit.
Tussen 11.00 en 12.00 uur stegen in Engeland 188 Boeing B-17 bommenwerpers op om de kogellagerfabrieken van Schweinfurt in Beieren te bombarderen.

Enkele uren daarvoor was een zelfde aantal bommenwerpers opgestegen om de Messerschmitt-fabrieken in Regensburg te bombarderen.

null
De Boeing B-17 bommenwerpers waren beter bekend als Vliegende Forten (Flying Fortress).

Het ‘Vliegend fort’ had zijn naam niet gestolen. De 10-koppige bemanning was uitgerust met elf 12,7 mm machinegeweren om vliegtuig en bemanning te beschermen tegen de aanvallen van de Duitse jagers. De maximum bommenlast bedroeg 6,5 ton. De maximumsnelheid was 475 km per uur. Het maximum gewicht: 24.950 kg. Het vliegtuig beschikte over 4 krachtige motoren van1200 pk en kon een hoogte bereiken van maximaal 8.000 meter.

DE VLUCHT NAAR SCHWEINFURT

Het werd een zwarte dag voor de Amerikaanse luchtmacht. Tijdens deze raids werden 60 bommenwerpers van het type B17 neergeschoten en 552 mannen werden als vermist opgegeven. Er waren honderden gewonden. De tol was zeer hoog.

Eén van deze vliegtuigen, een Boeing B-17F, behoorde tot het 327ste Squadron van de 92ste Bomber Group.

De 10-koppige bemanning was als volgt samengesteld:
Capt. Sargent Rolandpilootkrijgsgevangen in Parijs
1ste Lt. Byington Keithco-pilootKrijgsgevangen
Capt. Mc. Neely Robertnavigatorkrijgsgevangen
S/Sgt. Mikel Jr. Georgebommenrichterkrijgsgevangen
S/Sgt. Sailer CharlesradiotelegrafistKrijgsgevangen
S/Sgt. Berry L. Jamesrugkoepelschutterontsnapt
Sgt. Whitley Johnbuikkoepelschutterkrijgsgevangen
S/Sgt. Schwartz Nathanrechterflankschutterkrijgsgevangen
S/Sgt. Richards Harrylinkerflankschutterkrijgsgevangen
S/Sgt. Fahncke Kennethstaartschutterontsnapt

Het vliegtuig werd tijdens de terugtocht neergeschoten.

Niemand kon vermoeden dat Harie Snellings, inwoner van Sint-Huibrechts-Hern en lid van de verzetsgroep van Heers, een prominente rol zou spelen, bij de opvang van de piloot, de co-piloot en de navigator. Zij landden met hun parachute in Sint-Huibrechts-Hern en elders in de onmiddellijke omgeving.

We laten de piloot, Roland Sargent, zijn verhaal vertellen tijdens een interview dat wij in 1997 persoonlijk van hem konden afnemen in zijn woonplaats in North Carolina, Amerika.
null


HET VERTREK

“Op de avond van de 15de augustus was ik na een week verlof naar de basis teruggekeerd. De volgende dag werden wij ingelicht over de missie die gepland was op de morgen van de 17de augustus. Mijn naam stond vermeld op de lijst van diegenen die aangeduid waren om te vertrekken en ik werd aangewezen als bevelvoerder van een gemengde groep van hoofdzakelijk onervaren maar ook ervaren bemanningsleden.

Het vliegtuig waarmee we zouden vliegen was een gloednieuwe B-17F. Dit toestel was dezelfde dag nog met de ferry naar de basis gebracht. De bovenkant en de zijkanten van de romp waren geschilderd in het gebruikelijke olijfgroene en onderaan in een lichtblauwe kleur.
Het vliegtuig was bij wijze van spreken nog een echte maagd: de lopen van de machinegeweren waren nog ingepakt met de beschermende folie.

Mijn bemanning voor de missie met mijzelf als piloot bestond uit Luitenant Keith Byington, co-piloot met 12 missies, en Kapitein Robert Mc Neely, navigator met meer dan 20 missies.
Sergeant Georges Mikel, bommenrichter en schutter had reeds diverse missies volbracht.
Voor de volgende bemanningsleden was het hun 1ste missie en dus ook hun vuurdoop.
Voor mijzelf was het mijn 11de missie.
Byington en Mc Neely kende ik natuurlijk heel goed omdat ze bijna al vanaf het begin bij de groep waren. Mikel kende ik maar oppervlakkig maar de rest van de bemanning was me helemaal vreemd en we hadden elkaar voor het eerst ontmoet op diezelfde avond toen we een testvlucht uitvoerden ter controle voor de vuurdoop van de volgende dag.

De dag zelf werden we gewekt om half drie ’s morgens. Het opstijgen was gepland om 6.00 uur maar we zijn pas kunnen opstijgen om 11.00 in de voormiddag.
Door het herhaaldelijk uitstel omwille van de weersproblemen konden we pas 5 uur later opstijgen dan aanvankelijk gepland, hetgeen ons zeer veel energie kostte.

Toen het dan eindelijk onze beurt was om op te stijgen, startten we de motoren . Na een opstijgmaneuver dat wat langer duurde dan normaal, klommen we vlakbij het einde van de startbaan, de lucht in.
We waren maximaal beladen met benzine, munitie en bommen. Het vliegtuig stuurde moeilijk en stroef en leek erg log. Het klom traag omhoog, maar we raakten op onze positie in de groepsformatie en vlogen richting Noordzee.

Toen we hoogte wonnen zagen we al gauw de Belgische kustlijn.
Boven de Belgische kust vloog ons, langs onze linkerkant, een eenzame Spitfire voorbij, richting Engeland. Het was het enige bevriende gevechtsvliegtuig dat we die dag zouden zien.”


DE EERSTE VIJANDELIJKHEDEN

“Even later kregen we te doen met de eerste vijandelijke gevechtspiloten in MESSERSCHMITT-109 Duitse jachtvliegtuigen die ons in een frontale aanval bestookten met hun 20 mm mitrailleurs.

null
Messerschmidt BF 109


Onze zijkant werd beschoten door FOCKE WULF- 190 toestellen die raketten afvuurden. Het was een georganiseerde aanval zoals we die kenden van eerdere missies.

null











Focke Wulf 190

Tijdens dit treffen kregen we 2 projectielen in de motoren nummers 2 en 4, die begonnen te trillen en olie te verliezen. Er was ook ernstige schade aan de flappen door de ontploffingen van de raketten.
Deze schade deed ons plots en onverwacht klimmen. De stuurcontrole werd door metaalfragmenten geraakt. Een voorwaartse druk op het controlepaneel gaf geen resultaat maar we konden uiteindelijk toch de neus naar beneden krijgen en namen opnieuw onze positie in, in de formatie, zonder de andere toestellen te hinderen.

Op dat ogenblijk wisten we het nog niet maar door de aanval was er iets mis met sergeant FAHNCKE, in de staartkoepel. Zijn arm was gekneusd en zijn vingers waren gekwetst door de kogelfragmenten die zijn koepel waren binnengevlogen. Hij was niet ernstig gewond, maar wel erg genoeg om het hem moeilijk te maken met het herstellen van zijn wapen dat ook geraakt was.
De aanvallen van de jachtvliegtuigen duurden nog even voort tot die stilaan ophielden, maar niet voordat ze een lager vliegend toestel troffen. Het was het toestel van Luitenant J.D. Stewart.
Zijn vliegtuig stortte naar beneden, we zagen de parachutes opengaan terwijl het vliegtuig naar beneden dook. Luitenant Frank Smith, de navigator van het vliegtuig, was ernstig gewond in de schouder door een 20 mm-kogel vooraleer hij sprong. Hij overleefde maar verbleef vele maanden in Duitse hospitalen en krijgsgevangenkampen.
Hierna vloog onze formatie verder naar het doelgebied zonder verdere tegenstand.”



BOMMEN LOS EN TERUG NAAR HUIS

“Nadat we gedraaid waren boven het doelgebied kregen we te maken met het gebruikelijke zware FLACK luchtdoelgeschut. Terwijl we onze bommen losten werden we zwaar bestookt. Daarna maakten we een brede bocht, weg van het Flack-geschut en we begonnen de lange tocht terug naar huis. Er waren geen vijandelijke vliegtuigen in zicht toen we verder vlogen in noordwestelijke richting, geen luchtafweergeschut te bemerken, alles was rustig.
Plots hoorden we een harde knal aan de buitenkant van het venster van de cockpit. We bemerkten een rond gat, gemaakt door een kogel van 50 mm. Onmiddellijk daalde de oliedrukmeter naar nul.
Iets of iemand boven ons had ons geraakt en de brandstofleidingen stuk gemaakt. Waarschijnlijk had één van de schutters van onze eigen formatie per ongeluk een kogel afgevuurd want er waren geen Duitse toestellen te zien. Een van onze motoren werd geraakt. We sloten de motor af en legden de propeller stil. Hierdoor moesten we meer kracht sturen naar de 3 andere motoren om zodoende onze positie in de formatie te handhaven. Twee van de drie overblijvende motoren draaiden met problemen nadat ze waren beschadigd tijdens de eerste aanval van de Duitse gevechtsvliegtuigen en ze verloren olie.”


HEROISCHE LUCHTGEVECHTEN

In de late namiddag van 17 augustus 1943 hadden er gigantische luchtgevechten plaats in het oosten van België.
Bij de terugkeer, na het bombarderen van de kogellagerfabrieken te Schweinfurt (Beieren) werden de grote formaties van de Amerikaanse B17-vloot aangevallen door ME 109’s en FW-190’s van de Duitse ‘Luftwaffe’.

Het toestel van Capt. Sargent werd zwaar getroffen en stortte neer. Eerst verschenen 7 parachutes hoog in de lucht en een paar minuten later openden nog 3 parachutes op een veel lagere hoogte.

Deze laatste 3 waren de parachutes van de officieren van de bemanning Sargent, Mc Neely en Byington.

“We vlogen verder richting huiswaarts. Nu voelden we ons onzeker en we keken uit naar de bescherming van onze jachtvliegtuigen, die nog enkele minuten van ons rendez-vous-punt verwijderd waren. Plots zagen we enkele zwarte puntjes op de plaats waar we hen zouden ontmoeten en we voelden ons opgelucht.
Dit viel echter onmiddellijk tegen toen de aanvliegende toestellen hun identiteit toonden door op ons neer te duiken en de lucht vulden met hun 20 mm geschut en spoortrekkende kogels.
Onmiddellijk reageerde onze formatie met een ontwijkende strategie, klimmend en dalend en draaiend. Met elke beweging verwijderden we ons steeds verder van onze formatie. De heldere blauwe lucht werd een strijdperk voor de groep die huiswaarts moest en de agressieve aanvallers.
Langzamerhand vielen we steeds verder terug. Al de vliegtuigen van onze groep vlogen nu voor ons uit. Plots daalde de naald van motor nr. 1 zeer snel naar nul.
Onmiddellijk probeerden we dat op te vangen. We trokken de hendels omhoog en drukten op de controleknop voor de propeller, maar er gebeurde niets. De naald draaide maar de propeller zorgde niet voor kracht, wel voor afremming.
Met 2 rechter- motoren op volle kracht hielden we de controlepook helemaal naar rechts om het overhellen naar links op te vangen. De temperatuurmeter van de cilinderkoppen stond in het rood. Onze armen deden pijn door de inspanningen die we deden om het toestel op koers te houden. De RTT-controle werkte niet, de kabels moesten zijn weggeschoten.
Zweetdruppels stonden op ons voorhoofd onder onze zuurstofmaskers terwijl we worstelden om het toestel in de lucht te houden. Propeller 1 draaide wild en maakte een steeds scherper wordend geluid dat in onze trommelvliezen sneed en boven het gedreun van de rechter motoren uit kwam.
We bleven verder achterop geraken en werden één van de vele beschadigde rammelkassen die stipjes vormden tussen de samengebalde formaties die de andere groepen vormden in de hemel.
Sommige toestellen hadden, zoals het onze, stationaire propellers of trokken rookslierten in de lucht of werden omsingeld door groepen cirkelende jachtvliegtuigen.”


DE GENADESLAG

“Plots, vlak voor ons, sierde een schitterende , gele flits de hemel, gevolgd door een enorme zwarte rookwolk. Grote stukken van de motoren vielen recht naar beneden en verdwenen vlug in de diepte. De zwarte wolk belemmerde ons zicht terwijl we probeerden verder te kruipen.
Toen de aanvallers ons vonden en ons genadeloos onder vuur namen waren we verplicht om te duiken om nog eens te proberen hun aanvallen te ontwijken, maar het beschadigde toestel reageerde te traag.
Kogels troffen ons en explodeerden met harde slagen. De stemmen van de schutters langs de intercom klonken echt radeloos. Steeds opnieuw vielen de jagers ons aan. Telkens als ze een salvo afvuurden daverde en rammelde het toestel onder de inslag van de kogels. De geschutskoepel aan de onderzijde van het toestel was uitgeschakeld. RICHARDS was niet gewond maar hij kon ons niet meer verdedigen.
De Duitse jagers vlogen uit alle richtingen op ons af. Hun mitrailleurs trokken witte strepen in de lucht, net boven de vleugeltop. We gingen in duikvlucht, in een poging om uit de schietbaan weg te geraken, maar ze achtervolgden ons en kregen ons uiteindelijk te pakken.
Rook en stof vulden de cockpit toen ze ons onder vuur namen. Ons geluk was op, we waren hulpeloos en ik gaf het bevel om het vliegtuig te verlaten. Het was hoog tijd om er uit te geraken.


DE SPRONG IN HET ONBEKENDE

“ Ik bukte me en trok aan de hendel die het bommenluik opende. De hoogtemeter duidde 15.000 voet aan. Ik trok mijn zuurstofmasker af en schreeuwde naar BYINGTON dat hij eruit moest. Ik maakte mijn veiligheidsgordels los. Ik kroop uit mijn stoel, nam het valschermpakket van de haak en klikte het vast aan mijn gordels. Ik keek nog even in het vliegtuig rond, het was leeg en verlaten. De bomluiken gaapten open voor me. Ik draaide me om en dook tussen de zetels in het neuscompartiment, liet de vluchthendel los en zag hoe die weg vloog. MC NEELY en MIKEL kropen over de vloer met hun parachutes aan en keken vol verwachting naar mij. Plots begon het toestel te kraken. Nu moet het gebeuren, dacht ik en ik wenkte MIKEL naar de geopende luiken te komen. IK duwde MC NEELY achter hem aan door het luik naar buiten en ging toen zelf met mijn hoofd naar voren.
null

Een klap van de wind sloeg me en ik maakte een salto. De lopen van de kanonnen van de geschutskoepel wezen recht naar beneden, flitsten boven mij voorbij en ik was weg van het toestel.
Het was alsof ik in de ruimte hing, een sterke wind blies in mijn gezicht en ik voelde een gedreun in mijn oren. Mijn pak flapperde wild door de kracht van de wind, maar het vallen gaf mij geen sensatie. Ik begon rond te tollen alsof ik gevangen zat in een sterke windhoos. Terwijl ik rondtolde zag ik dat ons toestel begonnen was aan zijn duik naar de aarde met een lange rooksliert en achternagezeten door de jagers.
Om de duizelingwekkende buitelingen te stoppen strekte ik één been nuit, het rondtollen stopte en ik dook met mijn gezicht neerwaarts naar de aarde. Ik strekte één arm uit, draaide en zag de hemel boven mij. Ik dacht er aan om het openen van mijn valscherm nog wat uit te stellen om zo de kans dat de Duitsers mij in het vizier zouden krijgen, te minderen.
Ik had er totaal geen idee van hoever de grond nog verwijderd was, maar in mijn beleving was ik toch al een tijdje aan het vallen. Dus besloot ik het valscherm te openen. Ik greep de koord en trok er hard aan. Ik verwachtte onmiddellijk resultaat maar er gebeurde niets. In paniek keek ik over het pak naar beneden en zag een dunne, witte, zijden sliert stof langzaam uit het geopende pak komen zoals een cobraslang uit het mandje van de slangenbezweerder.

Dan……een verdovende klap in mijn gezicht en een mokerslag op m’n ribben, die de lucht uit mijn borstkas perste als in een wurgende greep. Zo krachtig was het openen van het valscherm. Ik had het gevoel dat ik weer naar omhoog getrokken werd.
Nadat ik genoeg was bijgekomen keek ik omhoog en ik zag het witte doek boven me en ik voelde de greep van de gordels en de banden rond mijn benen. Het had gewerkt.
Hoog boven mij zweefden andere valschermen. Ik keek rond en zag open landschappen.
Plots dacht ik eraan dat er opdrachten en gegevens in mijn overall zaten die niet in handen van de vijand mochten vallen. Ik scheurde de documenten aan stukken en strooide de snippers in de lucht.


DE ONZACHTE LANDING

Toen ik weer naar beneden keek zag ik een parachutist landen. Een boomgaard verscheen in het landschap, een weg, een man op een fiets, een boerderij; dan een veld, de grond kwam snel dichter en dichter. Ik trok hard aan de koorden en boog mijn knieën. WHAM ! Ik raakte de grond en maakte een buiteling. Een scherpe pijn schoot door mijn linker enkel. Even was ik verdoofd en ik lag plat op mijn buik op de grond.
De parachute viel in plooien naast me neer, ik bleef onbeweeglijk liggen en in een paar minuten raapte ik mijn verstand bij elkaar. Ik was geland in een suikerbietenvel en de topjes van de groene blaadjes leken me aan te kijken. Ik keerde me om, maakte de gordels los, trok het pak van mijn rug en kwam recht, steunend op een elleboog.”


Sargent was neergekomen in een bietenveld achter de pastorij van Sint-Huibrechts-Hern. Het was in de late namiddag. Er was veel volk in het veld aanwezig. De oogsttijd was volop aan de gang O.L.Vrouw half oogst (15 augustus) was nog maar pas voorbij.

“Een man gekleed in ruwe werkkleren kwam op me af en stopte toen hij mij zag bewegen. Ik keek hem aan. Hij stak zijn hand omhoog om duidelijk te maken dat hij geen kwade bedoelingen had. Dus stak ik ook mijn hand in de lucht. Vervolgens kwamen meer mensen naderbij. Ze stonden in een halve cirkel rondom mij en keken me aan, zonder één woord te zeggen, alsof ik een soort God was, die van een andere planeet was neergedaald.
Uiteindelijk ging ik rechtop zitten en wees naar mijn enkel om duidelijk te maken dat die gekwetst was, maar ze deden teken dat ze me niet verstonden.
Nog niet zeker van waar ik was neergekomen probeerde ik een paar woordjes Frans, de enige vreemde taal waar ik een paar woordjes van kende en ik vroeg hen of dit Duitsland was. Dit verstonden ze wel en ze schudden hun hoofd. Een van hen zei: ‘BELGIQUE’! Ik was in België, niet in Duitsland. Dat gaf mij hoop.
Ik worstelde om recht te komen en onmiddellijk schoten enkele mannen ter hulp. Nog meer mensen kwamen tevoorschijn en al vlug was er een dozijn of nog meer mannen, vrouwen en kinderen die rond me stonden, in het midden van het veld. Ze keken me nieuwsgierig aan. Gebruik makend van mijn geringe kennis van de Franse taal vertelde ik dat ik een Amerikaanse piloot was. Dit brak onmiddellijk het ijs want ze leken allemaal opgelucht. Ze knikten goedkeurend met hun hoofden. Glimlachend kwamen ze dichterbij. Ze pakten mijn hand en zeiden: ‘Bonjour’ en’ Courage’ en ‘Bonne chance’.

De hele tijd stond ik op één been en leunde tegen één van hen aan, ongeduldig om zo snel mogelijk uit het zicht te geraken en me te verbergen.
Terwijl ik daar aan dacht vlogen drie ME 110 toestellen over onze hoofden en ik wist dat het tijd was te maken dat ik weg kwam.”


Nadat iedereen het vliegtuig verlaten had vloog het als een ongeleid projectiel verder om uiteindelijk te crashen op een veld in Kuttekoven.
Tot nog toe werd aangenomen dat het in Neerrepen zou gevallen zijn. Dus niet!

Het Duitse bergingsverslag levert hiervoor het onomstotelijk bewijs. Kopie van dit verslag werd ons bezorgd door Roland Sargent tijdens ons bezoek aan hem.

Foto bergingsverslag
Het bergingsverslag van de vlucht die de plaats van het neerstorten localiseert op 12 km ten Oosten van Sint Truiden in Kuttekoven


Wordt vervolgd.


Heeft u aanvullende informatie, vragen of opmerkingen?
Mail gerust naar reacties@hoeseltvrugger.be